Goed Onderwijsbestuur

Handboek Good Governance

Goed onderwijsbestuur is een belangrijk thema voor de samenleving en voor OSG Schoonoord. De beleidsruimte voor de besturen en hun instellingen is in de afgelopen jaren flink toegenomen. Het feit dat ons de zorg is toevertrouwd voor de ontwikkeling van kinderen in de (leerplichtige) leeftijd van 12 tot 18 jaar, geeft een grote verantwoordelijkheid voor de invulling van die ruimte.

OSG Schoonoord wil op een verantwoorde wijze met deze vrijheid om gaan en zich maximaal in te spannen haar zorgplichten naar behoren uit te voeren. Hiervoor heeft OSG Schoonoord in navolging van de code Goed onderwijsbestuur een handboek Good Governance opgesteld. Belangrijk onderdeel daarbij is dat de verantwoordelijkheden binnen de instellingen op zorgvuldige wijze worden verdeeld. Daartoe dienen de bepalingen rond de scheiding van toezicht en bestuur. Zeker zo belangrijk is dat de instellingen in het voortgezet onderwijs transparant opereren. Dat betekent dat onze scholen, waar dat in redelijkheid mogelijk is, in samenspraak met belanghebbenden hun beleid bepalen en daar ook verantwoording over afleggen.

Daarnaast hebben integriteit en professionaliteit een plek gekregen in de code. Goed bestuur is geen doel op zich, maar moet leiden tot een open en veilige cultuur waarin de ontwikkeling van de leerlingen centraal staat. Een cultuur waarbij er evenwicht is tussen vertrouwen en openheid, waar bij ouders en leerlingen ruimte hebben om mee te denken en invloed op het beleid hebben. En een cultuur waarin professionaliteit en kwaliteit van medewerkers hoog worden gewaardeerd en waar men elkaar aanspreekt op het professioneel handelen. Professioneel handelen is immers een voorwaarde voor goede onderwijskwaliteit. Met andere woorden: deze code is een weerslag van hoe de sector haar verantwoordelijkheid voor goed onderwijs oppakt.

Tegelijkertijd is het geen vrijblijvende intentieverklaring. In de code staan ook concrete afspraken over het vastleggen van beleid en regels om concreet invulling te geven aan de weergegeven visie en gedeelde verantwoordelijkheid. De code geeft aan welke reglementen een instelling dient te hebben. De reglementen zelf zijn geen onderdeel van de code, om besturen de ruimte te bieden voor een eigen invulling in de geest van de code. Als uitgangspunt bij de naleving is gekozen voor het principe dat wie de code niet (volledig) toepast, uitlegt waarom daarvoor gekozen is. Op die manier wordt instellingen weliswaar de ruimte geboden af te wijken van de code op bepaalde de punten, maar wordt tevens op een transparante wijze aan belanghebbenden uitgelegd waarom niet aan de betreffende bepalingen is voldaan.